Wieteke van der Molen 1975
Wieteke gebruikt ‘wat over is’ als drager voor haar werk. Krantenpapier, verpakkingsmateriaal, restproducten die anders worden weggegooid. Wat onaanzienlijk is wordt drager van betekenis.
Transparante, kleurrijke schilderingen als gebrandschilderd glas, maar dan oprolbaar, draagbaar. Het steeds veranderende zonlicht brengt haar portretten tot leven en houdt de aandacht vast, terwijl buiten het raam de wereld raast.
Dat wat aan het licht wordt gebracht wordt licht.